Gerben Last | Laatste kunststukje
17180
single,single-post,postid-17180,single-format-standard,ajax_updown,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-theme-ver-6.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.3.5,vc_responsive

Laatste kunststukje

29 apr Laatste kunststukje

Last maakt zich op voor laatste kunststukje in Rio

Last maakt zich op voor laatste kunststukje in Rio

Foto: Gerard Meijeringh
(door Gerard Meijeringh) KAMPEN – Na de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, zijn binnenkort de Paralympiërs aan de beurt in Brazilië. Voor Gerben Last de mogelijkheid om een kroon op zijn loopbaan te zetten met goud. Toch is dat voor de Kampenaar geen obsessie. “Er zijn kansen, maar het kan ook tegenvallen. Ik wil voor mezelf het maximale eruit halen. Natuurlijk begint het steeds meer te kriebelen bij Last. 7 september is de opening van de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro. Komende vrijdag vertrekt Last met het Nederlands team naar Portugal. “Om te wennen aan de warmte en om te trainen”, vertelt Last.

Pieken

Hij heeft de afgelopen periode veel trainingsarbeid heeft verricht om in de juiste vorm te geraken. In korte tijd een hoog niveau bereiken en daarna pieken op het juiste moment. Daar gaat hem om. Last heeft in zijn loopbaan volop bewezen dat hij dit kunstje beheerst. In Athene pakte hij goud in de landenwedstrijd. Vier jaar later greep hij bij de Paralympische Spelen in Beijing net naast een medaille. Bij de Paralympische Spelen in Londen haalde hij brons in het enkelspel.

Laatste kunststukje

Nu gaat hij voor goud in Rio de Janeiro. Het wordt zijn laatste kunststukje als topsporter. Daarna stopt hij met tafeltennis op een hoog niveau. “Dat zal best gek zijn voor me. Geen competitie meer en daardoor verdwijnt een bepaalde structuur. Ik wil van die verplichting af en op zaterdag vrij zijn. Dingen doen die ik zelf wil. Minder trainen en een studie doen. En deTrainingsopleiding 3. Dat wordt een opleiding op maat. Met mijn onderwijsachtergrond hoef ik niet alles te doen.” Zijn club Smash ‘70 vroeg hem nog om als vierde speler bij het team te blijven. “Maar dan moet ik nog blijven trainen, want dan wil ik toch weer van waarde zijn.”

Meer weerstand

Het afscheid van Last als topsporter is dus nabij. Maar eerst wacht nog zijn vierde Paralympische Spelen in Rio. Na de Paralympics in Londen nam hij gas terug. Internationaal tafeltennis zette hij aan de kant. Lange tijd twijfelde hij of hij nog een keer zou terugkeren in het internationale circuit. Uiteindelijk besloot hij er nog één keer voor te gaan en twee jaar alles aan de kant te zetten voor de Paralympische Spelen in 2016. Daar wil hij nog één keer het uiterste uit zichzelf halen. Last maakte in 2014 de overstap van TT Zwolle naar Smash ‘70. “Daar heb ik bewust voor gekozen. Zo kon ik grote wedstrijden spelen tegen grote spelers. In dit soort partijen krijg je maar enkele kansen en die moet je verzilveren. Dat heb ik bij Smash geleerd en ook hoe je als team echt wat neer kan zetten. En ik heb bij Smash wel bewezen dat ik een aardig balletje kan slaan tegenover sterke tegenstanders.”

Alles of niets

In Rio gaat hij er over enkele weken vol in. “Ik kan maar op één manier spelen. Alles of niets. Ik moet met lef tafeltennissen. Dan kan ik in Rio wat bereiken. Als ik dat niet doe, wordt het ploeteren.” Last gaat voor het hoogst haalbare, maar weet als geen ander dat het ook kan tegenvallen. Geen medaille halen betekent volgens hem niet dat hij heeft gefaald. “Dat is pas het geval als ik slecht voorbereid ben. Ik ga voor goud, maar ik weet niet of het reëel is. Als ik goed speel, maar op waarde wordt geklopt, kun je niet zeggen dat ik heb gefaald. Soms lijkt het erop dat je als Nederlander niet mag verliezen. Ik weet van mezelf dat ik mag verliezen. Als ik maar het gevoel heb, dat ik er alles aan heb gedaan en het maximale eruit heb gehaald. En ik heb al twee medailles gewonnen op de Paralympische Spelen. Dat is niet veel mensen gegeven.”

Lachen, dollen en janken

Last weet van zichzelf dat hij goed met de druk kan omgaan en heeft vertrouwen in een succesvolle missie. Zijn Paralympische Spelen begint met het enkeltoernooi in klasse 9. Daarna volgt de landenwedstrijd, waarbij hij een team vormt met Bas Hergelink. “Ik heb met hem in de eredivisie gespeeld en ik heb Bas zelfs in de klas gehad. Dat maakt het extra bijzonder. We kunnen lachen en dollen met elkaar, maar ook samen janken. Ik denk dat ik er met hem wel sterker op ben geworden. Tonnie Heijnen speelde in de tweede divisie, Bas in de eredivisie. Het niveau van de klasse 9 en 10, waar we in uitkomen, is beter geworden. Vergelijk het met het niveau van de eredivisie. Daar loop je niet gemakkelijk doorheen.”